Eten en drinken

Koken en bakken uitgelegd

Veelgestelde vragen

Bakgerei

Bakpapier is een hittebestendig papiersoort, geschikt om een bakplaat mee te bekleden zodat voedsel niet aan de bakplaat vastplakt.

Een maatbeker is een beker waarmee je de juiste hoeveelheid van een vloeistof kunt afmeten.

Een palletmes is een mes dat breder en minder scherp is dan een normaal mes en wordt gebruikt tijdens het bakken.

Een pollepel is een houten lepen waarmee mengsels stevig gemengd of geroerd kunnen worden.

Een staafmixer is een elektrisch apparaat waarmee je eten kan fijn pureren of met elkaar kan mengen.

Baktechnieken

Afsmeren is het rondom besmeren van cake of taart met bijvoorbeeld slagroom of botercreme.

Blind bakken is het voorbakken van een taartbodem met een steunvulling erin. Hierdoor ontstaat een taartbodem die mooi krokant blijft wanneer de vulling erin wordt gegoten.

Droog bakken is het voorbakken van een taartbodem met een steunvulling erin. Hierdoor ontstaat een taartbodem die mooi krokant is.

Invetten is het insmeren van een bakvorm met bakspray of boter om te voorkomen dat het gebak aan de vorm blijft plakken wanneer deze eruit wordt gehaald.

Kloppen is een techniek om een mengsel te mengen en luchtig te maken.

Kneden is het samendrukken van deeg waardoor deze een goede structuur krijgt.

Mengen is het samenbrengen van ingrediënten.

Spatelen is een techniek waarbij ingrediënten heel voorzichtig gemengd worden om de luchtigheid, die tijdens het kloppen is onstaan, te behouden.

Tempereren is het smelten en vervolgens op de juiste temperatuur brengen van chocolade.

Tempreren is het besprenkelen of bestrijken van biscuit of cake met een siroop om deze een aangename smaak en textuur te geven.

Keukengerei

Met een appelboor kan het klokhuis van een appel gemakkelijk verwijderd worden.

Een blikopener is een keukenhulp waarmee de bovenkant van een blik geopend kan worden.

Chinois is een ander woord voor puntzeef en wordt gebruikt voor het zeven of filteren van vloeistoffen.

Een deegroller is een keukenhulp om deeg gelijkmatig plat te kunnen rollen.

Met een deegschraper kan deeg gemakkelijk en volledig uit een kom worden gehaald.

Een dunschiller is een mesje waarmee je groenten en fruit extra dun kunt schillen.

Een garde is een keukengereedschap waarmee je vloeistoffen op kunt kloppen.

Een kaasschaaf is een keukenhulp waarmee je gemakkelijk plakjes van een groter stuk kaas kunt afsnijden.

Een keukenmachine is een elektrisch apparaat met verschillende hulpstukken voor in de keuken.

Een knoflookpers is een keukengereedschap waarmee je gemakkelijk knoflook uit kunt persen.

Een maatlepel is een lepel die precies de maat heeft van afmetingen die vaak worden gebruikt in recepten.

Een mandoline is een langwerpige schaaf waarmee je dunne plakjes van groenten en fruit kunt schaven of snijden.

Een ontpitter is een keukenhulp waarmee je pitten uit fruit kunt halen.

Een parisienneboor is een keukengereedschap dat bestaat uit een handvat met daaraan een rond schelpje waarmee je bolletjes uit voedsel kunt snijden.

Met een pastamachine kun je pastadeeg uitrollen en snijden.

Een pureestamper is een handvat met een stamper eraan, waarmee je aardappels tot puree kunt vermalen.

Een rasp is een keukenhulp met mesjes waarmee je voedsel fijn kunt raspen.

Een schuimspaan is een soort lepel met gaatjes erin, waarmee schuim uit een pan kan worden geschept.

Een spatel is een keukengerei waarmee je ingrediënten kunt mengen of kommen kunt leegschrapen.

Een spuitmondje is een onderdeel van een spuitzak en gebruik je om gebak mooi mee te decoreren of af te werken.

Een spuitzak is een trechtervormige zak met een spuitmondje om gebak mee te vullen of decoreren.

Een uitsteker is een (vaak) metalen vorm waarmee je deeg kunt uitsteken in verschillende vormen.

Een vergiet is een schaal met kleine gaatjes erin, bedoeld om overtollig vocht van voedsel weg te laten lopen.

Een vijzel bestaat uit een beker en stamper, waarmee voedsel fijn gemalen en gemengd kan worden.

Een vleeshamer is een keukengereedschap in de vorm van een hamer dat gebruikt wordt om vlees mals te slaan.

Een vleesvork is een keukengereedschap in de vorm van een vork met twee tanden, waarmee vlees omgedraaid en vastgehouden kan worden.

Kooktechnieken

Au bain-marie is het bereiden, opwarmen of verwarmen van ingrediënten boven een bak met water dat tegen de kook aan warm wordt gehouden.

Bakken is het bruin en gaar maken van voedsel in een pan of oven.

Binden is het dikker maken van een vloeistof door middel van een bindmiddel.

Blancheren is het kort laten koken van voedsel, waarna je het direct afkoelt met bijvoorbeeld koud water zodat het niet verder gaart.

Braden is het garen van vlees in heet vet in een pan of oven.

Bruineren is het verhitten van voedsel onder een bepaalde temperatuur waardoor er een dun, goudbruin korstje ontstaat.

Farceren is het vullen, omhullen of bedekken van voedsel met gehakt.

Fileren is het snijden van vis waarbij het visvlees van het graat wordt afgenomen.

Flamberen is het in brand steken van een gerecht met een alcoholische drank.

Fruiten is het langzaam bakken van voedsel in boter of olie, waardoor een goudgele kleur ontstaat.

Glaceren is een kooktechniek waarbij er een dun, glanzend laagje om of op een gerecht wordt toegevoegd.

Gratineren is het aanbrengen van een dun, goudgeel korstje door het snel te verhitten in de oven.

Inkoken is het dikker maken van een vloeistof door het teveel aan vocht te laten verdampen.

Karamelliseren is het verhitten van suiker totdat deze karamel wordt.

Koken is het garen van voedsel in kokend vocht of stoom.

Larderen is het rijgen van vlees met reepjes spek om te voorkomen dat het vlees tijdens het braden uitdroogt.

Loskloppen is het langzaam mengen van een ei, zonder dat de substantie luchtig wordt.

Marineren is het voor enige tijd laten rusten van voedsel in een gekruide vloeistof om meer smaak toe te voegen.

Paneren is het bedekken van voedsel met een laagje paneermiddel, waardoor het gerecht knapperig wordt en goudbruin kleurt.

Pasteuriseren is het verhitten van voedsel tussen de 70 en 90 graden om het bacterievrij te maken.

Pocheren is het garen van voedsel in net niet kokend water, bouillon of wijn.

Rijzen is een proces waarin het volume van een substantie flink toeneemt.

Roosteren is het garen van groente en vlees op een hete plaat.

Souffleren is het in een oven bakken van een gerecht met stijfgeklopt eiwit, waardoor het gerecht rijst en daardoor luchtig wordt.

Stomen is het garen van voedsel door het niet rechtstreeks in water maar in hete waterdamp (stoom) te plaatsen.

Stoven is het garen van voedsel in een jus dat tegen de kook aan wordt gehouden.

Wellen is een techniek om de structuur en smaak van fruit te veranderen, door deze enige tijd in heet water te leggen.